Wie weet waarom je hier bent gekomen?
Wie kent zichzelf echt?
In onze tuin zitten heel veel musjes. We strooien onze broodzakken leeg op het gras en als je dan iets later kijkt, dan zie je meestal meer dan tien van die kleine diertjes. Ze zijn niet zo bang, want je kan vrij dichtbij komen. Ze blijven gewoon zitten, tenzij er een grotere vogel aankomt die ze wegduwt. Dan zitten ze een poosje in de heg rond onze tuin. Maar als de kust weer veilig is, zitten ze er zo weer. En een herrie dat ze kunnen maken! Ze tjilpen en piepen hard en doordringend. Ze zijn helemaal zichzelf.
Het gaat niet heel goed met de mus in Nederland. Dat schijnt te komen doordat er steeds minder heggen in Nederland zijn, die zijn vervangen door schuttingen. Ook is het uitkloppen van een tafelkleed vooral iets van oudere generaties. Hierdoor is er minder te eten voor de huismus. Kennelijk ben ik wat ouderwets ingesteld, want we hebben veel heg rond onze tuin en strooien broodkruimels. Het effect is in ieder geval dat veel musjes een plek vinden rond ons huis.
De bijbel heeft het ook over de musjes die een plek vinden. Het gaat er over dat de mussen bij God wonen, omdat ze een nestje bouwen in Gods tempel. Onbekommerd vliegen de musjes heen en weer op de plek waar God woont. De mussen zijn thuis bij God en mensen kunnen net zo bij God komen. Wij kunnen onbekommerd bij God zijn en ons helemaal thuis voelen bij God. We kunnen helemaal onszelf zijn bij Hem. We hoeven ons niet aan te passen, want God houdt van ons zoals we zijn.
In deze tijd zijn er veel jonge musjes en die worden gevoerd door hun ouders. Dat is een prachtig gezicht. Het jong spert zijn bek open en de ouder gooit er iets in. De toewijding van de ouders is indrukwekkend om te zien. En dan te bedenken dat er vast nog een nestje volgt als deze vogeltjes volgroeid zijn. Ik kan me voorstellen dat een gemiddeld musje tegen het einde van de zomer helemaal kapot is.
In de bijbel wordt ook gesproken over musjes die te eten krijgen. Jezus vertelt dat God voor de musjes zorgt. Ze zijn misschien klein en stellen niet zoveel voor, toch krijgen ze te eten en heeft God de wereld zo gemaakt dat ze elke dag iets te eten hebben en zelfs genoeg om jongen te voeden.
Maar Jezus wil niet alleen iets zeggen over Gods zorg voor de musjes. Hij zegt daarna dat je juist bij die kleine vogeltjes ziet dat God heel zorgzaam is en dat Hij dat voor de mens nog veel meer is. Want als God al zo trouw voor de mussen zorgt, dan nog meer voor de mensen.
Verschijnt ook in de Harderwijker Courant



