Kinderen en zelf doen

De bel gaat. Ik verwacht mijn dochter voor de deur. Ze staat er inderdaad, maar ze is niet alleen. Er staat een moeder naast. En aan het gezicht van mijn dochter kan ik zien dat er iets mis is. Ze kijkt boos en teleurgesteld. De moeder zegt: ‘ ik kom haar thuisbrengen. Ze zei wel dat ze alleen naar huis mocht. Maar ik geloof het niet. Een kind van die leeftijd mag toch niet alleen over straat.’ Ik reageer dat mijn dochter gelijk heeft en dat ze van mij wel alleen naar huis mag. Maar dat ik natuurlijk heel blij ben met de zorg voor haar. Uiteraard bedank ik voor het thuisbrengen. De verbazing druipt van het gezicht van deze moeder. Ze vindt het duidelijk belachelijk dat mijn dochter alleen naar huis mag. Als de deur dicht is, krijg ik mijn dochter over me heen: ‘Het is toch stom. Ze wilde me gewoon niet geloven. Ik heb wel drie keer gezegd dat ik echt alleen naar huis mag en het enige wat ze zei was: “Dat geloof ik niet. Je moet even wachten. Dan breng ik je.” Je moet de volgende keer zeggen dat ik alleen mag. Want dat wil ik.’ Ik sus haar en zeg dat het de volgende keer goed zal komen. Maar dat niet alle vaders en moeders op dezelfde manier denken over wat een kind kan en mag op welke leeftijd. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Met enige regelmaat ontdek ik dat mijn kroost meer mag dan andere kinderen en ben ik verbaasd dat andere ouders veel minder vrijheid geven.

Vaders
Het zijn vooral moeders die anders met de vrijheden van kinderen omgaan, valt mij op. Zo wordt het mij duidelijk dat het verschil komt doordat ik als vader alleen verantwoordelijk ben voor mijn kinderen. Vaders stimuleren de zelfstandigheid van kinderen. Waar moeders doorgaan met het koesteren, zoals ze dat al tijdens de negen maanden zwangerschap hebben gedaan, knippen vaders de navelstreng het liefste door en helpen kinderen om zelfstandig te worden. Prachtig zie ik dat op het voetbalveld. Als een van de spelers op de grond valt, dan snellen moeders het veld op om hun kind op te beuren en te troosten. Vaders niet. Die roepen vanaf de zijlijn: ‘kom op, opstaan en doorvoetballen. Iedereen valt wel eens hoor’. Vanuit mijn eigen ervaring als alleenstaande vader herken ik dat. Bij veel praktische dingen denk ik: ‘maar dat kunnen kinderen toch ook heel goed zelf?’ Als je een kind leert wanneer kleren vies zijn en waar ze op moeten letten als ze andere kleren uit de kast halen, dan kunnen kinderen hun kleren prima verzorgen vanaf een jaar of acht. Uit onderzoek blijkt dat vaders niet meer tijd met hun kinderen doorbrengen. Maar als ze tijd doorbrengen met hun nageslacht, dan spelen vaders veel meer dan moeders. Wel twee keer zoveel. Juist door te spelen ontdekken kinderen wat ze zelf kunnen. Daardoor wordt hun zelfvertrouwen en de wens om meer zelf te doen versterkt. Uit ander onderzoek blijkt dat vaders anders opvoeden. Ze nemen makkelijker risico’s en ze zijn zelfverzekerder in hun gedrag. Dat stralen ze ook uit naar hun kinderen, die daardoor meer worden uitgedaagd om dingen zelf te doen. Eigenlijk is het zo dat kinderen die ook door vaders worden opgevoed, vanzelf gedwongen worden om zelfstandig te worden. Kinderen waarbij moeders het alleen voor het zeggen hebben, blijven langer leunen op hun moeder. Ik zag het in mijn eigen leven gebeuren, toen ik ontdekte hoe makkelijk ik mijn kinderen zelfstandig liet worden en toen ik merkte dat moeders in mijn omgeving daar veel meer moeite mee hebben.

Vader Isaï
In de bijbel staat een prachtig voorbeeld van een vader die zijn kind heel jong grote verantwoordelijkheden geeft. Het gaat om vader Isaï. Als vader van acht zonen, weet hij wat het is om jongens op te voeden. Een van die zonen is David, die later koning van Israël zal worden. De profeet Samuel komt om een van de zonen van Isaï te zalven. Bij de plechtigheid zijn zeven zonen aanwezig. De jongste, David, wordt te jong gevonden. Die hoeft er niet bij te zijn, vindt Isaï. Grote beslissingen kunnen kennelijk prima genomen worden zonder dat er kinderen bij betrokken zijn. Hoe oud David daarbij was, is niet bekend. Het zal ergens tussen de tien en twintig geweest zijn. Maar het meest opvallende in dit verhaal is dat diezelfde David niet te jong wordt gevonden om alleen op de schapen te passen. En letten op de schapen in Israël is iets anders dan genoeglijk dwalen over de Veluwse heide. Dat is jezelf verweren tegen leeuwen en beren, zoals David later vertelt. Dat is lang alleen zijn en dus moet je tegen die eenzaamheid kunnen. Zijn vader Isaï vertrouwt hem dat zware werk toe. David mag veel van zijn vader. (Hoe het precies zit met de moeder van David is vanuit de verhalen in de bijbel ingewikkeld). Hoeveel David van zijn vader mag, wordt nog veel duidelijker als hij door zijn vader eropuit wordt gestuurd naar zijn broers. Die dienen dan in het leger van Saul en zijn in oorlog met de Filistijnen. Oorlogsgebied is niet het meest veilige terrein voor jongeren. Maar voor Isaï is dat geen belemmering om zijn jongste zoon weg te sturen. Wat zou er onderweg wel niet kunnen gebeuren? Waar moet die jongen ’s nachts slapen? Dat is toch onverantwoord gedrag van zijn vader? Maar David wordt gewoon op pad gestuurd door zijn vader.

Maar tegenwoordig…
‘Maar er kan toch overal wat gebeuren’, zeggen mensen als ze proberen te verdedigen dat ze hun kinderen niet zo snel alleen over straat laten gaan. ‘Tegenwoordig gebeuren er zoveel rare dingen. Niemand kan je vertrouwen.’ Dit is kenmerkend voor ons veiligheidsgevoel en onze reactie erop. We denken dat niemand meer veilig is op straat en gaan onze kinderen daarnaar behandelen. Maar het is helemaal niet waar dat Nederland onveiliger is geworden. Het is omgekeerd. Nog nooit kon je zo veilg over straat als nu. En daar komt bij dat het vooral thuis en in de thuisomgeving voor kinderen onveilig is. De meeste ongelukken gebeuren in de huiselijke omgeving en als het meeste gevaar hebben kinderen te vrezen van de mensen in hun directe omgeving. 90% van het misbruik of mishandeling van kinderen gebeurt door mensen die dicht bij dat kind staan. Maar omdat het de paar buitensporige verhalen zijn die breed in de media komen, vrezen we achter elke boom een bedreiging voor onze kinderen. Het verhindert ons om ons kroost het vertrouwen te geven om het zelf te doen. Ik kan mijn kinderen niet beschermen. Pas als ik dat realiseer, durf ik mijn nageslacht zo jong mogelijk het vertrouwen te geven dat ze het zelf kunnen. Ik vind de uitspraak van een peuter: ‘Zelf doen’, getuigen van een gezonde ontwikkelingsdrang, die ik niet moet tegenhouden vanuit onderbuik gevoelens.

Lijstjes? Nee!
Op internet zijn allerlei lijstjes te vinden van wat een kind op welke leeftijd zou moeten kunnen. Dat lijkt heel handig te zijn, want dan kan je afvinken wat je kind al kan. Maar ik heb er niks mee. Want elk kind is anders en ontwikkeld zich op een eigen manier. Op het consultatiebureau doen ze dat ook: werken met gemiddelden. Ik had een zoon die pas laat ging lopen. En gelijk werd er, voor niks, aan de bel getrokken. Alsof kinderen niet hun eigen programma van ontwikkeling hebben. Nee, lijstjes zijn aan mij niet besteed. Dan gaat het gemiddelde regeren en dat werkt niet. Veel beter lijkt het mij om elk kind te stimuleren om zo vroeg mogelijk zoveel mogelijk zelf te doen. Wees blij met een kind dat zegt: ‘dat wil ik zelf doen’. Ze kunnen veel meer dan ik als ouder vaak denk. Kinderen kunnen heel veel, maar soms kost het moeite om ze het aan te leren. Als gezinnen gemiddeld kleiner zijn dan een aantal decennia geleden, dan gaat het vaak sneller als ik het als ouder even zelf doe. Een mooi voorbeeld vind ik het aantrekken van jassen of het vastknopen van veters. Het gaat veel sneller als ik het doe bij mijn driejarig kind. Maar ze moeten het ooit zelf leren en het is de investering zeker waard. Toen ik alleen moest zorgen voor mijn kinderen, waren ze eerst nul, twee en vier jaar. Daardoor werd ik wel gedwongen om zo snel mogelijk mijn oudste dochter aan te leren dat ze zelf haar jas moest aandoen. En dat werkte. Na twee jaar was het onze sport om zo snel mogelijk weg te zijn als we met de auto moesten. Dan hoefde ik alleen de jongste, die toen twee jaar was, in zijn jasje te helpen en in zijn stoeltje in de auto te zetten. Maar de andere twee deden alles zelf. Prachtig was het om te zien hoe ze hun jas op de grond legden en met een speciale techniek, geleerd op het kinderdagverblijf, hun jas aandeden. En ook de gordel konden ze zelf om doen. Zoveel mogelijk zo jong mogelijk zelf laten doen. Dat is niet alleen makkelijk voor mij als ouder, die toch wat lui is ingesteld. Dat is ook heel belangrijk voor het zelfvertrouwen van mijn kinderen. ‘ Dat kan ik al helemaal zelf!’, roepen ze enthousiast. Wat is het toch mooi om te zien hoe God elk kind capaciteiten geeft en die laat ontwikkelen.
Te ver
Natuurlijk kan je ook te ver gaan in het geven van verantwoordelijkheden en vrijheden aan kinderen. De pedagoog Karel Post heeft veel ervaring met outdoor activiteiten met jongeren (www.outbackexplorers.nl). Hij vindt dat het goed is voor kinderen om al jong met risico’s om te gaan, omdat het hen leert om op oudere leeftijd gevaren goed in te schatten. Tegelijk waarschuwt hij ook voor de gevolgen van het overschatten van jonge kinderen. Ze moeten de vaardigheden wel aankunnen, anders worden kinderen juist erg onzeker. ‘ Het is slecht voor het zelfvertrouwen van kinderen als ze iets moeten doen wat ze nog niet kunnen. Dan werkt het loslaten averechts ‘, vertelt Karel. Jong zelfstandig maken is dus prima en het is goed om ze veel zelf te laten doen, maar je moet je kinderen wel begeleiden in het aanleren van vaardigheden. Geleid loslaten is een goed concept. Zo heb je ook aandacht voor het eigene van elk kind. Wie het zijn kinderen allemaal zelf laat uitzoeken, is bezig met verwaarlozing.

Het gaat maar door
Wat is het toch een merkwaardig iets dat we onze kinderen zo weinig zelf laten doen. Terwijl het zo goed is voor het zelfvertrouwen van kinderen als ze eigenhandig iets doen. Ik heb het tot nu toe vooral gehad over het stimuleren van zelfstandigheid bij jonge kinderen. Maar ouders pamperen hun kinderen ook daarna. Misschien wel tot ze het huis uit zijn. Ik heb jaren op een middelbare school gewerkt. Elk jaar gingen we met de leerlingen uit VWO 5 naar de open dag van de universiteit Groningen. In de loop van de jaren zag ik steeds meer ouders meegaan naar die open dagen. En, nog erger: het waren ouders die vragen gingen stellen. Over de studie of over het uitgaansleven. En hoe meer ouders vragen gingen stellen, hoe verder de toekomstige student wegzakte. Die waren er niet meer bij of dachten dat ze toch geen goede vragen konden stellen. Laat ze het toch zelf doen.

Geloven vraagt om zelfstandigheid
Vanuit het Christelijk geloof is het goed om te stimuleren dat kinderen jong dingen zelf doen. Elk kind is een nieuwe schepping van God. Daarom is het ook zo erg als ouders hun kind naar hun eigen beeld kneden. Het is immers God die elk kind gevormd heeft (o.a. Jesaja 43). Voor mij heeft dat te maken met het stimuleren van de zelfstandigheid van kinderen. Dat zorgt dat de eigenheid van elk kind, en zo het beeld van God, beter tot zijn recht komt. Elk kind is bijna goddelijk gemaakt. Dat is, zo laat psalm 8 zien, geen uitspraak over volwassen mensen, maar juist een geloofsbelijdenis die de positie van zuigelingen en peuters weergeeft. Het bevorderen van de zelfstandigheid van elk kind heeft ook te maken met vertrouwen op de kracht van God. Hij heeft zoveel vermogens en talenten in elk kind gelegd en zoveel ontplooiingsmogelijkheden in de natuur, dat elk kind bijna vanzelf wel groeit naar zelfstandigheid. Het is de ontwikkeling van de in de schepping gelegen kracht die een kind laat roepen: ‘ ik wil het zelf doen.’ Als ouder moet je dat stimuleren en zo het kind zijn eigenheid geven. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de geloofsrelatie van een kind. Kinderen geloven bijna van nature. Ze zijn nog zo ontvankelijk voor God. Daar moet je als ouder ook niet tussen willen staan. Ook daar geldt dat het goed is als kinderen hun eigen ervaringen opdoen met de levende Heer. Daarom niets beter dan een kind dat zelf wil bidden of danken. Niets mooiers dan een kind met een eigen gedachte of mening over God. Zelf doen. Dat geldt voor zoveel aspecten van het leven. Laten we onze kinderen al jong zelfstandigheid geven.

Eerder verschenen in Jente

Reacties zijn gesloten.