Troosten in het spoor van de Trooster

Troosten in het spoor van de Trooster

Nabijheid

“Wil je deze mevrouw een keer bellen? Ze wil graag een gesprek.” Dit verzoek kreeg ik onlangs. Uiteraard belde ik en kreeg een heel verhaal te horen over een dochter waar ze zich ernstig zorgen om maakte. Zelf was ze weduwe en ze vond het lastig om haar verhaal te vertellen aan mensen om haar heen. Want, zoals ze vertelde, die mensen hebben allerlei adviezen en tips. Daar zit ik helemaal niet op te wachten. Ik wil dat iemand meeleeft. Het is op dit moment toch niet op te lossen. Toen ik na enige tijd het gesprek afrondde vroeg ik of ze nog een keer wilde praten. “Zeker”, was haar antwoord. “Zo kan ik er zeker weer een paar dagen tegenaan. Wat is het fijn om je hart te kunnen luchten.”

Troosten is nodig in allerlei situaties van het leven. Het gaat zeker niet alleen over ziekte en dood. Iedereen die iets verliest wat vol betekenis is in zijn leven, heeft verdriet en kan troost gebruiken. Dat geldt voor een kind dat naar een ander deel van het land gaat verhuizen. Maar zeker ook voor iemand die gaat scheiden. Daarbij maakt het niet eens uit van wie de scheiding uitgaat. Je laat altijd iets achter dat je kwijt raakt. En denk ook aan degene die stopt met betaalde arbeid. In deze tijd van corona verliezen we als samenleving veel. Daar is troost voor nodig.

Troost is allereerst nabijheid. Bij de ander zijn. In het beroemde verhaal van Job komen zijn drie vrienden naar hem toe en ze zitten zeven dagen bij hem en rouwen. Ze praten niet, maar zijn aanwezig en delen in zijn verdriet. Verdriet van welke aard dan ook isoleert mensen in hun gewone dagelijkse bestaan. Zeker bij een onverwachts overlijden lijkt de wereld door te razen en staat die voor de getroffenen op dat moment helemaal stil. Dan is het troostvol om te ontdekken dat je niet alleen staat in je verdriet, maar dat er iemand is die meelijdt en stil staat. Een van de lastigste onderdelen van het leven in corona tijden is dat we niet makkelijk bij elkaar kunnen zijn.

Belangrijk bij troosten is dat mensen de gelegenheid krijgen om hun verhaal te vertellen, zodat hun belevenissen en gevoelens aan bod kunnen komen. Dat moet niet een keer gebeuren, maar telkens weer. Want doordat er gevraagd wordt en nog eens gevraagd komen mensen bij hun gevoelens en gedachten. Jezus is daar een mooi voorbeeld van, zoals bij de Emmausgangers. De opgestane Heer loopt met twee zeer verdrietige leerlingen naar huis. Ze herkennen hem niet. Wat vraagt Jezus aan de leerlingen? “Wat dan?”, vraagt hij als de twee wandelaars vragen of hij de enige is die niet weet wat er is gebeurd. En die vraag is een uitnodiging voor de verdrietige volgelingen van Jezus om hun verhaal te vertellen.

Moeilijk

Het blijkt in de praktijk lastig te zijn om echt te troosten. Veel mensen voelen zich niet begrepen of niet gehoord. Talrijk zijn de verhalen van mensen die vertellen dat ze door verdriet in hun leven mensen zijn kwijt geraakt. Vrienden die nooit meer kwamen of belden, familieleden die zich terugtrokken.

Er zijn meerdere redenen waarom mensen het lastig vinden om door te vragen en nabij een ander te zijn. De eerste reden is dat mensen vol zijn van hun eigen verdriet. Dan is er geen ruimte om echt interesse in de ander te hebben. Zulke mensen hebben de neiging om snel met hun eigen verhaal te komen. Ze vertellen uitgebreid hoe ze zelf verdriet ervaren hebben en hoe ze ermee om zijn gegaan. Soms hebben ze het idee dat ze heel troostvol bezig zijn geweest, omdat ze over verdriet hebben gesproken. Het is alleen meer hun eigen verdriet geweest dan van degene die ze wilden troosten.

Vervolgens blijkt het ook lastig te zijn om iemand uit te laten spreken. Ieder mens is op zijn of haar eigen unieke manier gemaakt. Dat betekent dat mensen op hun eigen manier reageren op verdriet en gemis en dat ze daarom ook andere troost nodig hebben. Manu Keirse is een Vlaamse hoogleraar die veel geschreven heeft over rouw. Zeer verhelderend onderscheidt hij een intuïtieve en een instrumentele manier van omgaan met verdriet.  Dat herken ik. De een huilt veel, uit zich direct en wil praten. De ander gaat vooral organiseren en regelen . (Manu Keirse. Helpen bij verlies en verdriet. blz 104, 105) Het gevolg is dat mensen soms anders zijn dan degene die wil troosten. En dat betekent dat je ruimte moet laten en niet teveel moet invullen. Laat de ander vooral zijn eigen verhaal vertellen.

Een andere reden waarom het moeilijk is om echt te troosten is dat het confronterend is om daarbij je eigen kwetsbaarheid onder ogen te zien. Niemand is veilig in het leven, zoals we in de coronacrisis van dichtbij meemaken. Iedereen kan geraakt worden door plotseling verlies. In onze cultuur stoppen we onze kwetsbaarheid het liefst een beetje weg. De bekende Belgische psychiater Dirk de Wachter zegt dat wij niet meer zo goed zijn om de zwarigheden van het leven te omarmen. We zijn vooral bezig om een leuk leven te hebben en we moeten vooral genieten. Op die manier willen we gelukkig zijn. Elk gesprek waarbij ik geconfronteerd word met het ongeluk van een ander, realiseer ik me dat mijn geluk maar een dun laagje is. Een volgende keer ben ik het misschien die getroost moet worden. Die gedachte druk ik liever weg in plaats van me te confronteren met mijn eigen kwetsbaarheid. Zou dat niet een van de redenen zijn waarom velen snel een ander gangpaadje inschieten in de supermarkt als we iemand zien die een verlies heeft geleden.

Een laatste reden is het gemis aan taal. Het valt me op dat op rouwkaarten vaak ouderwetse en oubollige taal wordt gebruikt. Alsof we geen hedendaagse taal hebben om uitdrukking te geven aan de nabijheid bij een ander. Er is geen taal om echt bij de ander te zijn. Niet voor niets ging het goed zolang de vrienden van Job zwegen en ging het verkeerd toen ze begonnen te spreken.

Vier taken

Troost is het helpen van de ander om verder te komen met zijn verlies. Verwerken is daarbij een term die niet helpt. Het suggereert dat je iets moet doen en dat je dan weer verder kunt. Het is een term die past in onze maatschappij waar we het lijden ver weg stoppen.

Vier taken moet iemand verrichten in het verder komen met zijn verlies. Iemand die troost helpt door mensen te helpen dit te doen. Bedenk daarbij dat rouwen hard werken is en troosten dus ook. Vroeger werd er over rouw gesproken als fasen waar je door moest. Dat blijkt mensen op te sluiten in een schema. Het is beter om te spreken van taken die verricht moeten worden. Die taken lopen door elkaar. Een trooster kan helpen bij het verlies door deze vier taken te kennen en daarmee te helpen.

De eerste taak bestaat erin dat de realiteit onder ogen moet worden gezien. Een baan is verloren, de goede gezondheid is weg, de samenleving is veranderd, iemand is overleden. Deze harde werkelijkheid moet aanvaard worden. Het is geen boze droom waar mensen uit wakker kunnen worden.

Een volgende taak is om het gemis te voelen. Het is nodig om door pijn heen te gaan en hierbij is een trooster belangrijk. Die kan ervoor zorgen dat de pijn niet wordt weggestopt, maar juist doorleefd wordt.

De wereld is veranderd. Het verlies betekent dat er aangepast moet worden. Wie ziek is geworden, kan minder met zijn lijf. Wie met pensioen ging, moet zijn dagen anders gaan vullen en wie zijn partner verloor, leeft in een veel stiller huis. Dat betekent dat het leven anders geleefd moet gaan worden.

De laatste taak is dat er herinneringen zijn. Die moeten hun plek krijgen en beleefd worden. Zo blijft bestaan wat verloren is gegaan. Hierbij is het belangrijk te realiseren dat niet alle herinneringen goed zijn. Een huwelijk heeft ook mindere kanten. Een baan is ook beperkend voor je mogelijkheden. Juist waar ook de negatieve kanten benoemd worden, ontstaat ruimte.

De trooster

We leven naar Pinksteren toe. Geest is een trooster. De aanduiding van de Geest als trooster komt uit het evangelie naar Johannes. Het zijn de woorden van Jezus waarmee hij verwijst naar degene die na hem zal komen. Het eerste wat hij daarbij zegt is dat hij een andere trooster zal sturen. Jezus is dus zelf de eerste trooster. Als we zien hoe Jezus troost, dan krijgen we ook het werk van de Geest als trooster in beeld.

In oude joodse geschriften wordt al veel over de messias gesproken. Hierbij wordt omschreven hoe deze door God gestuurde persoon zal handelen. Vanuit Jesaja wordt dan omschreven hoe deze messias een trooster zal zijn. Interessant is dat de messias gezien wordt als de knecht van de Heer die gekomen is om mensen met verdriet bij te staan. Deze knecht is vol van de Geest van God, wordt benadrukt vanuit Jesaja 61. De Geest en de knecht zijn sterk verbonden met elkaar. In dit hoofdstuk 61 gaat het om troost doordat er een einde komt aan de ballingschap en dat Jeruzalem weer opgebouwd zal worden. God troost door opnieuw te wonen in Jeruzalem en zijn vervallen berg Sion te herstellen. God komt opnieuw nabij. Zo spraken de rabbijnen in Jezus’ tijd al over de messias.

 

De Geest is een andere trooster dan de messias, maar Hij troost wel op dezelfde manier. Allereerst troost de Geest door aanwezig te zijn. Paulus beschrijft dat de Geest in ons aanwezig is, als we zelf geen taal meer hebben. Als er geen woorden meer zijn die adequaat je gevoel omschrijven, als je geen puf meer hebt om iets te zeggen of te denken, dan blijft de Geest in je aanwezig. Dat betekent dat je in je verdriet niet alleen bent, maar dat de Geest in je is en laat merken dat Hij bij je is. Het betekent ook dat de Geest het contact onderhoudt met God, ook als dat jezelf niet lukt.

 

De Geest troost ook door ons een ander perspectief te geven op het leven. Het gangbare idee is dat met de dood alles afgelopen is. Er is niets anders dan wat we kunnen zien. De Geest helpt ons om vast te houden dat we naar Christus toe sterven en dat Gods nieuwe wereld het perspectief is waarin we nu al leven. Veel van het verdriet dat over ons komt in deze wereld wordt door de bijbel omschreven als de weeën die nodig zijn om het rijk van God geboren te laten worden. Dat zet ons verdriet in een ander perspectief en zo kan je zomaar getroost worden.

 

Soms troost de Geest ook door daadwerkelijk iets te veranderen in het leven. Mensen genezen, krijgen een bezigheid die de leegheid van hun leven vult, of vinden ruimte om hun leven toch weer glans te geven. De Geest geeft opnieuw leven en mogelijkheden. Mensen merken dat de kracht waarmee Christus werd opgewekt, ook in hen zelf werkzaam is.

 

De laatste manier van troosten is dat de Geest ons aanspoort om God in alles van ons leven te loven. Zoals de profeet Habakuk al schrijft is het belangrijk om God te aanbidden, zelfs als alles je bij de handen afbreekt. Dit richt ons leven op de gever van het leven. Daardoor wordt ons leven in een ander perspectief gezet.

 

Pieter Both is predikant van De Regenboog in Harderwijk en auteur van diverse boeken.

 

Meer lezen?

Een zeer overzichtelijk boek met vele aspecten van verdriet en troost:

Manu Keirse, Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener, 2017, Tielt

Een ervaringsverhaal met gelovige doordenking: Pieter Both, Dag zeggen, dolen in rouw, 2012, Amsterdam.

Een verhaal over verdriet, troost, dankbaarheid en het loven van God: Ann Voskamp Duizend maal dank, Zoek het ware leven waar het te vinden is, vlak voor je neus, 2012, Franeker

 

 

 

 

 

Reacties zijn gesloten.